Evangelist Johan Schep: “Kies geen partij voor de Palestijnen of Israël”

Evangelist Johan Schep ziet in de Nederlandse kerk een groeiende verwarring over de
plaats van Israël, de gemeente en de omringende volken in Gods plan. Volgens hem ligt
de oorzaak niet in onwil, maar in een gebrek aan onderscheid. “Kies geen partij voor de
Palestijnen of Israël”, roept hij op. “Wie weet dat hij in Christus is, hoeft niet meer te
strijden om zijn identiteit of om het eigen gelijk.”

Drie rivieren van profetie
Schep, die jarenlang in Israël werkte als evangelist, ziet een fundamenteel verschil
tussen wat God doet met de volken, met Israël, en met de gemeente. “God heeft een
plan met de volken, dat zie je bij de profeet Daniël. Hij heeft een plan met Zijn hemelse
volk, de gemeente van God. Daar spreekt de Efezebrief over. En Hij heeft een plan met
Zijn aardse volk, Israël.

“Die drie rivieren van profetie mag je niet mixen”, benadrukt hij. “De Bijbel maakt
onderscheid, en dat moeten wij ook doen. Wij, de gemeente, zijn uitverkoren van vóór de
grondlegging der wereld. Israël kwam pas ná de schepping tot stand. Wij zijn verbonden
met het Hoofd: met Christus zelf. Israël kende God in de hemel, maar stond er vaak ver
van af.”

Volgens Schep is dat onderscheid essentieel om het evangelie zuiver te blijven verstaan.
“Wanneer Israël ging vechten, kreeg het hulp van God (Numeri 10 vers 9). Wij voeren
geen fysieke strijd, maar een geestelijke. Israël werd gezegend als het gehoorzaam was;
wij zíjn al gezegend in Christus, en daarom gehoorzamen we. Dat is een totaal ander
programma.”

Verwarring onder christenen
Volgens Schep is er in Nederland sprake van een groot gebrek aan geestelijke
helderheid. “Er zijn veel verwarde christenen”, zegt hij onomwonden. “De één zegt dit, de
ander zegt dat. Veel predikers doen alsof ze alles weten over Israël, maar hun kennis
komt van achter de computer.”

Hij spreekt niet vanuit kritiek, maar vanuit bewogenheid. “De kerk heeft altijd geroepen:
we moeten Israël zegenen. En dat is goed. Maar dat betekent niet dat we het evangelie
achterhouden. De Joden hebben juist recht op het beste nieuws dat er is: dat er
vergeving is, nieuw leven en een levende hoop in de Messias. Dat is geen belediging,
maar een zegen.”

Geen andere naam onder de hemel
Schep verwijst naar Handelingen 4:12: “Er is geen andere naam gegeven onder de
hemel waardoor wij behouden kunnen worden.” Volgens hem geldt dat evenzeer voor
Joden als voor heidenen. “Sommigen doen alsof het evangelie iets is wat de Joden
schaadt. Nee! Het is juist hun troost. ‘Troost, troost Mijn volk’, zegt Jesaja en die troost is
een Persoon: Jezus Christus.”

Hij legt uit dat die boodschap alleen geloofwaardig is wanneer zij gebracht wordt met
liefde, niet met arrogantie. “De liefde waarmee we de Joden of de Arabieren benaderen,
moet geen sentimentele liefde zijn, maar agapè: de liefde die zichzelf weggeeft. Niet: wij
houden van jullie omdat jullie Joden zijn, maar: wij houden van jullie omdat God van
jullie houdt.”

“Ik bid voor mezelf”
De evangelist spreekt open over de verleidingen die hij zelf kent. “Ik ken mensen in Gaza
die Jezus liefhebben, maar van wie de huizen zijn kapotgeschoten. Weet je wat ik bid?
Niet voor de Joden, en niet voor de Arabieren. Ik bid voor mezelf. Dat er geen racisme in
mijn hart komt. Dat ik niet méér van de Palestijnen ga houden dan van de Joden of
andersom.”

“Voor je het weet kies je partij”, zegt hij. “Maar dan ben je niet beter dan de wereld. Dan
word je zelf een racist. Ik heb dat geleerd toen ik nog niet van Duitsers hield. Totdat ik
een Joodse jongen een Duitse jongen tot Jezus zag brengen. Toen dacht ik: dat mag niet.
De Heer Jezus houdt van alle mensen evenveel. Dus ik moet vaak bidden: ‘Heer, bewaar
mijn hart.’”

Schep verwijst naar een opmerkelijke passage uit het Evangelie. “Weet je wat Johannes
zei, voordat hij de apostel van de liefde werd? Hij wilde dat er vuur uit de hemel kwam op
de Samaritanen. Dat was zijn houding. Eigenlijk was hij ook een racist.

Maar toen Christus in hem kwam wonen, veranderde hij. Romeinen 5 vers 5 zegt: ‘De
liefde van God is uitgestort in onze harten door de Heilige Geest’. Hij werd de apostel van
de liefde. Dat is wat God doet: Hij verandert harten. Daarom zeg ik: mensen hebben
Jezus nodig. Alleen Hij kan een mens vernieuwen.”

Onze identiteit ligt in Christus
Die vernieuwing raakt volgens Schep de kern van het geloof. “Goed doen is mooi, maar
het is niet genoeg. Uiteindelijk moet je een nieuw hart krijgen. Ik moest opnieuw geboren
worden. En die relatie is niet: Christus mét mij, maar Christus ín mij. Dat is iets totaal
anders. Mijn identiteit is niet dat ik een Jood of een Hollander ben, maar dat ik in
Christus ben. Dáár ligt mijn zekerheid.”

Volgens hem is dat de enige manier om in een verdeelde wereld staande te blijven. “Wie
weet dat hij in Christus is, hoeft geen partij meer te kiezen. Je hoeft niet meer te strijden
om je identiteit of om je gelijk. Want in Hem ben je al volledig aanvaard. En vanuit die
vrede kun je iedereen liefhebben (Joden, Arabieren, Duitsers, Nederlanders).”

De woorden van Schep klinken eenvoudig, maar hebben een diepe lading. “Christus in
mij”, zegt hij rustig, “dat is de kern van het evangelie. Niet ik leef, maar Christus leeft in
mij. Als dat werkelijkheid wordt, verandert alles: hoe je naar Israël kijkt, hoe je naar de
volken kijkt, en hoe je naar jezelf kijkt. Dan zie je dat Gods plan niet tegenstrijdig is, maar
één groot geheel waarin Hij Zijn liefde laat zien aan de wereld.”

Bron CVandaag

Vergelijkbare berichten