Johan Schep evangeliseerde in Israël: “God opent soms letterlijk deuren”
Wie Johan Schep hoort spreken, hoort niet slechts verhalen, maar levenslessen. De
77-jarige evangelist, bekend van zijn werk onder Joden en Arabieren in Israël,
spreekt nog altijd met dezelfde passie als toen hij decennia geleden zijn rugzak
pakte en vertrok naar het land van de Bijbel. “Onze liefde voor het Joodse volk is
geen emotionele liefde, maar een agapè-liefde”, zegt hij. “Een liefde die zichzelf
weggeeft. En juist die liefde wordt niet altijd begrepen.”
“Wij houden van je omdat God van je houdt”
Schep herinnert zich talloze ontmoetingen waarin zijn boodschap op weerstand stuitte.
“Wanneer ik in Israël tegen iemand zeg: ‘We love you’, dan vinden ze dat helemaal niet
prettig. Ze vragen: ‘Waarom hou jij van mij?’ En als je dan zegt: ‘Because you are Jewish’,
dan schieten ze in de verdediging. Dat klinkt alsof je ze als museumstuk bewondert.
Mensen voelen zich daar niet door geliefd, maar juist bekeken.”
Zijn boodschap is daarom eenvoudig maar scherp: “Wij houden van je, omdat God van
je houdt. Niet omdat je bijzonder bent, maar omdat Hij dat is. Het gaat niet om emotie,
maar om agapè: liefde die zichzelf weggeeft. En die liefde blijft staan, ook als ze je
uitschelden of bespuwen.”
De evangelist weet waarover hij spreekt. In zijn jaren in Israël ontmoette hij alles:
gastvrijheid en nieuwsgierigheid, maar ook hoon, spot en agressie. “Vooral kolonisten
kunnen fel zijn. Ze geloven vaak niet in de Bijbel, maar in de Talmoed. Sommigen spugen
op de naam van Jezus. Toch heb ik geleerd: ik hoef hen niet te vrezen. Ik vrees niet
degene die mijn lichaam kan doden, maar Degene die mijn ziel in handen heeft.”
Ware liefde wordt beantwoord
Schep vertelt met rustige overtuiging hoe hij steeds weer nieuwe wegen vond om
contact te maken. “Ik ben niet fanatiek of schreeuwerig. Ik ga zitten, ik luister, ik vertel
iets moois. Mensen merken het als je van hen houdt. Dan gebeurt er iets.”
Niet elke dag leverde vrucht op. “Er waren maanden dat niemand iets van Jezus wilde
weten. Maar soms gebeurt er ineens iets onverwachts.” Hij glimlacht als hij terugdenkt
aan één van die momenten. “Ik sprak tot een groep: ‘De Heer Jezus wil jullie vriend zijn.’
Er liep een meisje achter me dat ik niet eens aansprak. Haar vriend had net de relatie
uitgemaakt. Later kwam ze naar mijn hut en vroeg: ‘Wil de Heer Jezus mijn vriend zijn?
Vertel me meer.’ Zo kwam ze tot geloof. Ze zingt nu prachtige liederen en is getrouwd.
God werkt op Zijn tijd.”
Van vijandschap tot geloof
Schep zag ook hoe vijandschap kon omslaan in openheid. “Ik herinner me een
ontmoeting met soldaten. Ze zaten met mij in een tent, met thee. Ik hoorde ze in het
Hebreeuws zeggen: ‘Zullen we ons Uzi-geweer op hem leegschieten?’ Ik verstond het,
maar zij dachten van niet. Toen ze weggingen, bleef ik vriendelijk. Dat maakte indruk.”
Eén van hen raakte daardoor nieuwsgierig. “Hij zei: ‘Als jij zo kunt reageren op zulke
lelijke praat, wil ik weten waarom.’ Hij las Jesaja 53 en ontdekte daarin de lijdende
Messias. Later ging hij naar Jeruzalem, naar de oude Qumran-rollen, en zag dat het echt
in het Hebreeuws stond. Vandaag is hij voorganger een gemeente van
Messiasbelijdende Joden. Dat is pure genade.”
Schep lacht bescheiden. “Dit gebeurde niet vanwege mijn slimheid. God gebruikte
kleine dingen: een beker water, een vriendelijk woord, een glimlach. Ik heb geleerd: Hij
gebruikt wat in liefde wordt gedaan.”
Wonderen onderweg
Zijn getuigenis is verweven met eenvoudige, maar indrukwekkende momenten van
voorzienigheid. Zo vertelt hij over een jong Nederlands meisje dat bij hem op bezoek
kwam en in de hitte van de woestijn onwel werd. “Ze lag bewusteloos in het zand. Ik
pakte haar op mijn rug en rende naar een legerbasis. De soldaat bij de poort rende voor
me uit naar de dokter. Een helikopter werd opgeroepen en ze werd naar Eilat gevlogen.
Op het nippertje werd ze gered.”
“Ik stond daar nog met mijn tas”, vervolgt hij. “Toen zei ik: ‘Ik heb nog wat te bieden voor
de bibliotheek.’ En vanaf dat moment mocht ik er anderhalf jaar lang boekjes brengen:
over Corrie ten Boom, Joni Eareckson en Nicky Cruz. Allemaal vertaald in het
Hebreeuws. Zo opent God deuren. Soms letterlijk.”
Een nieuw begin in Engeland
Na de terugtrekking van Israël uit de Sinaï in 1982 vertrok Schep naar Engeland om
theologie te studeren. “Ik ging als student naar een Bijbelschool. Drie jaar later werd ik
studentenbegeleider en apart gezet om Zijn Woord te prediken. Het was een nieuwe
fase, waarin ik veel mocht leren.” Maar ook een periode van persoonlijke verandering
brak aan. “Tijdens die jaren kwam Linda in mijn leven”, vertelt hij.
Schep vertelt het verhaal met warmte en humor. “Ik hield nooit mijn verjaardag, maar op
mijn vijftigste organiseerden mijn broers en zussen een feest. Ik mocht de gasten
uitnodigen. Onder hen was een Indonesisch echtpaar dat vertelde dat hun dochter
weduwe was geworden. Haar man was twee weken voor zijn dood tot bekering
gekomen.”
Wat ze niet wisten, was dat Schep die dochter (Linda) al kende van vroeger. “Ik had haar
leren kennen toen we jong waren. Later zag ik haar terug bij het Leger des Heils, met
twee kleine dochters. Maar ze was getrouwd, dus ik liet haar los.”
Jaren later kwam er opnieuw contact. “Ze had me dertig jaar niet gezien. Ze was weduwe
geworden en had nare ervaringen. Ze belde uiteindelijk mijn moeder: of we nog eens
konden praten. Tijdens het gesprek wist ik na een kwartier: de liefde was terug. Ik zei: ‘De
Heer Jezus is nummer één, maar wil jij nummer twee zijn?’”
Linda leeft het evangelie uit
Het huwelijk betekende ook een keuze. “Ik wist: als ik met haar trouw, moet ik offers
brengen. Ze hield van thuis, van kinderen, van rust. Ik kon niet met haar naar Israël
verhuizen. Dat was moeilijk. Maar toen ik ‘ja’ zei, kwam de vrede van God terug.”
Hij vertelt hoe ze samen opnieuw begonnen, met bijna niets. “Zij had een appartement.
En ik een rugzak, een stoel en een tafel. Ik wilde die tafel wegdoen. Linda zei: ‘Nee, zet
jouw tafel naast mijn tafel. We gaan op onze knieën bidden dat God jonge mensen
brengt die willen leren hoe je Christus predikt vanuit het Oude Testament.’ En Hij deed
het. Jongeren kwamen. Nu zijn we twintig jaar getrouwd.”
Schep spreekt met liefde over zijn vrouw. “Ik ben de prediker, maar Linda leeft het uit. Zij
heeft geleerd innerlijk sterk te zijn. Dat wil ik benadrukken. Ik preek, maar zij belichaamt
het evangelie in haar dagelijks leven.”
“Wij zijn de handen en voeten van Jezus”
Vandaag wonen Johan en Linda in het centrum van Gorinchem, in een klein
appartement aan de vesting. “We leven in het hart van de stad”, zegt hij. “Daar gebeurt
het. We willen een schakeltje zijn in Gods plan. Wij zijn de handen en voeten van de Heer
Jezus.”
Over politiek wil hij het nooit hebben, ondanks zijn band met Israël en de mensen daar.
“Dat is niet mijn roeping. Dat hoort bij deze aarde. Wij horen bij de hemel. Linda en ik
hebben één opdracht: de Heer Jezus volgen.” Hij glimlacht. “En mijn meisje houdt me bij
de les.”
Bron CVandaag
